header_1140_cropheader_1140_crop

Waarom natuur voor kinderen onmisbaar is. En andersom!

Fotograaf Haginoya documenteerde vanaf de jaren zeventig spelende kinderen op straat. Bijna 20 jaar later stopte hij gedwongen met zijn fotoproject. Waarom? Hij zag geen kinderen meer buiten spelen op straat. Einde project.  Dat doet mij pijn als fotograaf. 

Ook in Nederland, speelt de huidige generatie maar liefs de helft minder buiten dan hun ouders. ‘Een op de vijf kinderen speelt niet eens één keer per week buiten, en 80% van de kinderen beweegt onvoldoende’, zegt Yvette de Vries van Jantje Beton. En doordat kinderen minder buiten spelen komen ze ook minder in aanraking met natuur. Uit onderzoek van CBS blijkt dat minder dan 10% van de Nederlandse kinderen regelmatig buiten speelt in de natuur.

Is dat eigenlijk erg?

Ja dat is erg! Want uit veel onderzoek blijkt dat contact met natuur essentieel is voor een gezonde ontwikkeling van kinderen. Britse journalist Richard Louv maakt zich ook grote zorgen en schreef hierover in zijn boek ‘Het laatste kind in het bos’. Volgens hem kunnen kinderen niet zonder natuur en kan de natuur ook niet zonder kinderen, met het oog op de toekomst van de aarde.

Een citaat uit zijn boek.


“Gedurende al de eeuwen dat de mens op aarde was, hebben kinderen veel tijd doorgebracht met spelen of werken in de natuur. Binnen twee of drie decennia is dat type activiteiten van kinderen vrijwel volledig verdwenen. Niettemin zit het verlangen om de natuur in te gaan in onze genen. Het zit in ons, het is deel van ons.” (Richard Louv, Het laatste kind in het bos)

Foto: Derk Zijlker

Waarom het niet lukt?

Als het verlangen van natuur in ons zit. Waarom lukt het dan niet goed om te spelen in de natuur? Daar zijn verschillende verklaringen voor.

  • Kinderen brengen tegenwoordig twee keer zoveel tijd binnen door als 20 jaar geleden. Ze zijn steeds drukker met binnenactiviteiten. Ze kijken tv, spelen games of zitten achter YouTube. Ook heeft de huidige generatie daarnaast vaker hobby’s die binnen zijn in vergelijking met tijd waarin hun ouders opgroeiden.
     
  • De bewegingsruimte in steden om te spelen is veel kleiner geworden. De publieke ruimte waarbinnen kinderen zich vrij kunnen bewegen is tegenwoordig maar liefst 90% minder dan in de jaren ’70 (CBS).
     
  • Ouders zijn banger dat buiten spelen verkeerd gaat. Bang dat hun kind gepest wordt of dat hun kind gewond raakt op straat. Ik schreef hier al eens over in het artikel ‘Ga toch meer spelen’. Bange ouders zijn er vooral in de grote steden waar de kans op een ongeluk relatief hoger ligt dan in een kleinere gemeente of dorp.
     
  • Families hebben soms een te smalle definitie van natuur en denken vooral aan een groot bos of natuurgebied. Ze weten niet dat natuur ook in de stad te vinden is. “Stadsnatuur is misschien minder spectaculair maar niet minderwaardig. Maar je zou een polletje gras tussen de stoeptegels als natuurlijker kunnen zien dan de geïntroduceerde paarden in de Oostvaardersplassen”, zegt stadsecoloog André de Baerdemaeker van Bureau Stadsnatuur.

Foto: Verstedelijking, Barcelona - Derk Zijlker

Kinderen lijden aan het 'natuurtekortsyndroom'

Dat natuur een positief effect heeft op kinderen (en volwassenen) is veelvuldig aangetoond. Er is ook steeds meer bewijs voor het ‘natuurtekortsyndroom’. Een begrip geïntroduceerd door Richard Louv. Volgens hem zijn mentale en lichamelijke kwalen bij kinderen voor een groot deel te verklaren door een gebrek aan natuur en beweging.

Er is redelijk wat wetenschappelijk bewijs voor het syndroom gevonden. Kinderen die weinig in de natuur spelen, zijn vaker te dik en eten ongezonder dan kinderen die wel in de natuur spelen en genoeg bewegen. Hebben ook vaker gedragsproblemen zoals ADHD en zijn angstiger dan kinderen die opgroeien in een groene omgeving. Ze zijn motorisch minder sterk ontwikkeld en hebben minder kennis over flora en fauna en de herkomst van natuurlijke producten.

Hieronder enkele onderzoeken:

  • In Nederlandse postcodegebieden met tenminste 5 hectare aan parken, bossen en natuurgebieden, ligt het percentage kinderen met overgewicht ongeveer 18% lager dan in niet-groene postcodegebieden. (Bron & Vreke, Donders, Langers, Salverda, & Veeneklaas, 2006).
     
  • Nederlandse kinderen die opgroeien in buurten met weinig groen hebben tot zes keer zo vaak last van depressie en angststoornissen dan kinderen die opgroeien in groenrijke buurten (Maas et al., 2009; Van den Berg & De Hek, 2009).
     
  • Jonge kinderen op kinderdagverblijven in Zweden scoren lager op een test die de kans meet om ADHD te ontwikkelen als er in de omgeving bij het kinderdagverblijf veel bomen, struiken en heuvelachtig terrein aanwezig zijn (Mårtens- son et al., 2009).
     
  • Schoolkinderen gaan meer groente en fruit eten als ze met de klas gaan werken in een moestuin. Kinderen die alleen voorlichting krijgen over gezonde voeding leren wel dat groente en fruit gezond zijn, maar brengen deze kennis niet in de praktijk (Langellotto & Gupta, 2012).

Foto: Wilde Westen, Amsterdam - Derk Zijlker

Weg met het natuurtekortsyndroom!

Wij weten hoe gezond en leuk het is als kinderen buiten vrij kunnen spelen. Voor de KNVB ontwikkelden we al eens een iPad app rond het thema buitenspelen: Tikkie Takkie. De app motiveert kinderen om lekker buiten te spelen en leert ze spellen en tricks met een bal. Vooral om samen te doen met andere kinderen in de wijk. De app dient puur als facilitator en de iPad gaat niet mee naar buiten.

Wij vinden het zo jammer dat de huidige generatie zo weinig buiten speelt en in de natuur komt. Volgens ons hoeft het natuurtekortsyndroom niet te bestaan. Maar hoe pak je dit dan aan?

Scholen kunnen bijdragen

Wij denken dat basisscholen het natuurtekortsyndroom kunnen tegengaan. Ten eerste door meer aandacht en tijd te besteden aan Natuuronderwijs. Gemiddeld besteed een basisschool 45 minuten per week aan Natuuronderwijs. Dat is niet zo veel in vergelijking met andere Europese landen. Ook de manier van lesgeven kan vaak beter. Bij de meeste natuurlessen leren kinderen nog vooral uit een lesboek in de klas. Dat leerlingen buiten school in de natuur (in context) leren, is lang niet altijd vanzelfsprekend.  (Leerplankundige analyse van PISA-trends, W. Kuiper et al.)

Sommige basisscholen kunnen leren van onderstaande voorbeelden.

Op verschillende scholen werken ze met het lesprogramma ‘Natuurwijs’. Zij hebben het doel om schoolkinderen weer in contact met de natuur te brengen. Basisschoolleerlingen trekken een ochtend, een hele dag óf drie keer een hele dag met een NatuurWijzer de natuur in. Daar mogen ze kijken, voelen, ruiken, luisteren en proeven. Zelf de natuur ervaren en zelf ontdekken wat mensen en natuur met elkaar te maken hebben. Het bos als klaslokaal. En dus niet leren over natuur uit een boek.

Foto: http://www.natuurwijs.nl/blog/natuurwijs-is-je-verbinden-met-natuur-ook-in-de-stad

Ook het schoolplein biedt kansen. Steeds meer Nederlandse basisscholen veranderen het saaie betonnen schoolplein in een gezond- of groen schoolplein. Zo brengen ze natuur letterlijk naar de leerlingen. Groene schoolpleinen dragen niet alleen bij aan de ontwikkeling van kinderen, maar het gaat zelfs pesten tegen, blijkt uit onderzoek. Want een groene speelplek wordt aantrekkelijk gevonden en dat verbeterd het sociale klimaat: kinderen worden aardiger voor elkaar en er wordt minder ruzie gemaakt. 

Een ander mooi initiatief is The Daily Mile. Een van oorsprong Schots beweegprogramma die schoolkinderen dagelijks in beweging zet door ze 15 minuten buiten de schoolmuren te laten rennen. Ook steeds meer Nederlandse scholen doen mee met The Daily Mile. Uit onderzoek door het RIVM blijkt dat The Daily Mile een positief effect heeft op de concentratie, stemming, gedrag en de gezondheid van leerlingen.

the-daily-mile_kleinthe-daily-mile_klein

Families maken het verschil

Naast scholen kunnen families er voor zorgen dat natuur weer vanzelfsprekend wordt voor kinderen. Daarin hebben ze een belangrijke taak. Want ouders kunnen hun kind van jongs af aan met natuur verbinden. Door te praten over de natuur, samen de natuur te onderzoeken, maar nog belangrijker, door samen natuur te beleven en ervaren. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen!

Verder is het belangrijk dat families zich beseffen dat natuur ook in de stad te vinden is. Het hoeft niet altijd een bos of een natuurgebied te zijn. Stadsnatuur is ook mooi en gezond voor kinderen! En wat werkt buiten zijn helend. Alleen al een wandeling op het strand of door een park, is genoeg om je beter te voelen. Een natuuractiviteit is daarbij niet nodig. Hoe gemakkelijk eigenlijk!


Gelukkig zijn er ook steeds meer groene initiatieven rond stadsnatuur vanuit bewoners, de gemeentes en organisaties met een duurzame gedachte.  Enkele inspirerende voorbeelden van toegankelijke stadsnatuur waar we blij van worden: Rooftop Revolution maakt natuurgebied op daken in steden, stadslandouw en buurtmoestuinen in Utrecht, het groene dakpark in Rotterdam, de aanleg van groene aderen (ofwel ‘ecolinten’) in steden,  De Groene Stad, rondleidingen door stadsecologen zoals door Bureau stadsnatuur in Rotterdam en het bijenpaleis in Amsterdam. 

Foto: Aanleg groene dakpark in Rotterdam

Een frisse blik op de toekomst

Ondanks dat Nederlandse steden steeds voller worden, zijn er gelukkig al organisaties die zich inzetten voor een groene omgeving voor kinderen. Duurzaamheid is de laatste jaren mainstream geworden. Ook bij de gemeentes is dat besef er. En dat is goed nieuws voor de huidige generatie! Als iedereen zich nog meer gaat inzetten voor stadsnatuur en groene speelomgevingen, wordt de bewegingsruimte vanzelf weer groter. Hopelijk zullen kinderen dan ook weer wat vaker naar buiten gaan om te spelen.

Misschien begin ik dan als fotograaf wel een fotoproject over spelende kinderen in mijn wijk. Dat zou in ieder geval een goed teken zijn. Er wordt gespeeld op straat! :)

 

Foto: De natuur in - Derk Zijlker

Derk Zijlker 
derk@familievanfonk.nl 

Derk is senior onderzoeker bij Familie van Fonk. Na zijn studie sociale psychologie ontwikkelde hij zich tot kwalitatief onderzoeker gespecialiseerd in jeugd. Hij heeft veel ervaring met het het interviewen van kinderen en families. Door in gesprek te gaan, te observeren en goed te luisteren achterhaalt hij belangrijke motivaties en drijfveren van mensen. Dat geeft richting en helpt ons bij het bedenken van goede oplossingen. Regelmatig schrijft Derk blogs over de wereld van kinderen, families en het onderwijs. Daarnaast fotografeert hij graag.